Groen en liberaal

8 oktober 2007

WELZIJN DOOR REDELIJKE ZELFBESCHIKKING

Gearchiveerd onder: Humanistisch liberalisme — Peter Van de Ven @ 7:04 pm

Groen–liberalisme als ideologie van de redelijke zelfbeschikking
Als humanistische ideologie omarmt  groen-liberalisme de mensenrechten. De mensenrechten immers hebben zowel een politiek-liberaal aspect, nl.  de democratische lekenstaat, als een ecologisch humanistisch aspect: het recht op leven. Hierbij beperk ik het recht op leven niet tot het fysiek “in leven blijven”, dwz niet sterven van ellende of gedood worden, maar ik zie het als het recht om een zelfvervullend en zinvol leven te leiden, zichzelf te kunnen ontplooien tot volwaardige menselijkheid.

Anderzijds is geen enkel mensenrecht “absoluut”, maar steeds af te wegen tegenover andere rechten. Daarom spreek ik over het recht op “redelijke zelfbeschikking”. Redelijkheid en zelfbeschikking vormen samen een dynamisch evenwicht.

Dankzij individuele “redelijke zelfbeschikking” kunnen mensen bouwen aan een gelukkig leven, en daarom is deze “redelijke zelfbeschikking” een pijler voor groen-liberalisme.

Mensen worden geboren om een gelukkig en zelfvervullend leven te leiden  in goede relatie met hun medemensen en hun omgeving. Dwz: de zin van het leven is het leven zelf. Mensen worden dus niet geboren om hun leven, het wonderlijke geschenk dat ze van de natuur ontvingen, op te offeren voor “Hogere Doelen” zoals god(sdienst), het vaderland, de gemeenschap, de economie, of een ander mens. Mensen hebben recht op hun eigen leven, zelfs al werden ze door hun ouders bewust in functie van zulke “Hogere Doelen” verwekt.

Deze zelfvervulling is een resultaat van de bevrediging van menselijke behoeften.

Het concept “menselijke behoefte” heeft daarbij verduidelijking nodig. Zo is er een verschil tussen de behoefte zelf en het bevredigingsmiddel. “Voeding” is een behoefte, “een hamburger met ketchup” niet. Ook is een natuurlijke behoefte niet hetzelfde als een kunstmatig aangekweekte, of een verziekte. Natuurlijke gezonde behoeften zijn ook niet alleen de zo genaamde “basisbehoeften”, maar hebben op alle facetten van het mens-zijn betrekking. Alle behoeften zijn eigenlijk “basic”, anders waren het geen behoeften. Sommige behoeften echter volgen uit de fysieke eigenschappen, andere uit de emotionele, sociale, spirituele of nog verdere  aspecten van het mens-zijn.

Om een duidelijker beeld te krijgen wat menselijke behoeften zijn (en dus ook vooral: wat niet) kan ik verwijzen naar de piramide van Abraham Maslow en naar de classificatie van Marshall B. Rosenberg.

De “redelijke zelfbeschikking” heeft alleen betrekking op individuele mensen, niet op “volkeren”, al was het maar omdat het volksconcept een ondefinieerbaar begrip is. Bovendien is het nodig om het onderscheid te maken tussen ontvoogding na kolonisering enerzijds en separatisme of secessie van een deelgebied anderzijds. De ideologie die een groep voorstelt als “een persoon”, is onredelijk want strijdig met de werkelijkheid. Aanspraken op de basis van “volkeren” kunnen dus niet vallen onder “redelijke zelfbeschikking”, al kunnen ze misschien op andere gronden gelegitimeerd worden.

Een ander probleem is het verschil tussen “zelf willen” en “niet anders kunnen”. Voorbeeld is zondagwinkelen “omdat de mensen dat vragen”. De realiteit is echter dat de flexibele werkuren die door bedrijven aan de burgers worden opgelegd, het voor niet weinigen onmogelijk maakt op “normale” uren te winkelen. De vraag naar zondagwinkelen is dus geen wens van de burgers, maar een gevolg van bedrijfsbeleid. Zo bestaan er vele onderwerpen waar onder het om mom van “ze of wij willen dat zelf” een vorm van onderwerping of slaafse gehoorzaamheid een allure van autonome vrijheid verkrijgt.

Zo komen we bij het probleem van determinisme. De mens is slechts ten dele vrij en bewust, maar dit is geen vast gegeven. Wie zich door reflectie bewust wordt van de factoren die zijn denken en handelen ( kunnen) bepalen, heeft de mogelijkheid deze “determinismen” te overstijgen. Wie bv. een “persoonlijke” mening heeft over roken, maar daarna merkt dat hij niet meer doet dan een bepaald “pensée unique” napraten, staat op het punt dit uniformiserende discours te doorbreken naar een meer autonome meningsvorming.

In ethische geneeskundige thema’s zoals de verzorging van zieken, gekwetsten, gehandicapten of ouderen, plastische chirurgie, abortus, euthanasie, begeleide zelfmoord, … is de problematiek van de redelijke zelfbeschikking soms heel erg nijpend, en is er behoefte aan een evenwichtig afgewogen, juridisch verantwoorde en vooral humane benadering. We kunnen hierbij bedenken dat eigenlijk niemand voor de volle honderd procent en absoluut bewust wilsbekwaam is, maar, dat als de wilsonbekwaamheid een kritische drempel overschrijdt een ingrijpen door verzorgers verantwoord kan zijn, ook al gaat die in tegen de wil van de patiënt. Dat zulk een “protective use of force” met de grootste omzichtigheid dient gehanteerd, lijkt vanzelfsprekend. Paternalisme in de geneeskundige ethiek is ten allen prijze te vermijden.

Redelijke zelfbeschikking betekent dat ieder individueel mens de ruimte nodig heeft om een gelukkig leven te leiden. Maar die ruimte alleen is niet voldoende. Wie bv honger heeft en over alle grondstoffen en instrumenten beschikt om aan die behoefte te voldoen, zal hongerig blijven als hij niet over de vaardigheid beschikt om voeding te produceren en te koken. En zelfs als hij over de vaardigheid beschikt, zal hij zich de nodige arbeid moeten getroosten om ervoor te zorgen dat hij niet van honger omkomt.

Die vaardigheid en arbeid, dat inzicht, is niet genetisch bepaald, maar maken deel uit van een leerschool die men opvoeding noemt. Door de eeuwen heen zijn daarin bepaalde gewoonten gegroeid, die ik met “traditie” wil aanduiden. Aan die functie van traditie in onze behoeftenbevrediging zijn voordelen en nadelen.

Groen-liberalisme als verzoening van traditie en moderniteit
Tradities herbergen een schat aan wijsheid en aan strategieën om menselijke behoeften passend te bevredigen. In die zin bevatten zij een belangrijke inspirerende bron om de menselijke zelfvervulling te verbeteren.

Anderzijds hebben tradities de neiging te verstarren tot legalisme en formalisme, dwz de vorm van/en het ritueel de voorrang te geven bovende inhoud. Ook zijn niet alle bevredigingsstrategieën binnen tradities waardevol of werkzaam.

Door deze dubbelzinnigheid komt traditie op gespannen voet te staan met de redelijke zelfbeschikking. Hoe meer legalistisch en formeel een traditie wordt, hoe meer ze nieuwe bevredigingsstrategieën principieel afwijst, hoe meer rituelen primeren boven de inhoud, hoe minder ze de menselijke zelfvervulling ondersteunt en hoe meer ze behoeftenbevrediging remt.

Het is niet correct traditie als synoniem van “ouderwets” en moderniteit als “hedendaags” of trendy te omschrijven. Tradities ontstaan voortdurend in de maatschappij, en de moderniteit heeft oude historische wortels.

Sinds de moderniteit definitief het maatschappelijk referentiekader bij uitstek werd na de Franse revolutie in 1789, is het conflict of de dialectiek tussen traditie en moderniteit één van de grootste uitdagingen voor onze samenleving. Binnen de democratiseringsgolf die na 1789 op gang kwam in Europa, werden moderniteit en traditie gevangen in een wederzijdse vijandigheid. Fundamentalisten van allerlei soort willen de moderniteit vernietigen, de moderniteit wil soms de tradities hun waarde ontnemen. Het cultuurrelativisme binnen het postmodernisme vernietigt zowel traditie als moderniteit, omdat het enerzijds moderniteit beschouwt als niets meer dan een westerse traditie en anderzijds de objectieve authenticiteit binnen tradities miskent door relativisme.

Hoe zeer de dialectiek van traditie en moderniteit één van de kernproblemen is van onze tijd, blijkt onder meer uit het feit dat we leven in “het tijdvak van het fundamentalisme” waartoe ook postmodern cultuurrelativisme behoort. Het blijkt ook uit zeer dagelijkse voorbeelden, zoals een uitzending die op televisie vertelt over vrijetijds-indianen en vrijetijds-noormannen. Men ziet er mensen op zoek verloren authenticiteit.

Een van de pijlers van groen-liberalisme is de verzoening van traditie en moderniteit. Moderniteit is geen traditie maar een legaal kader waarbinnen tradities in volle authenticiteit kunnen bloeien. Om dat mogelijk te maken is het nodig aan tradities voorwaarden op te leggen met betrekking tot respect voor de mensenrechten en het aanvaarden van het bestaan van andere tradities binnen dezelfde samenleving. Zo is het “recht op afvalligheid” van cruciaal belang, alsook de mogelijkheid (niet de plicht noch de dwang, zoals het interculturalisme van Rik Pinxten het voorstaat) tot het ontstaan van nieuwe, verrijkende interculturele tradities, naast de oude en reeds bestaande.

Uit de verzoening van traditie en moderniteit binnen groen-liberalisme volgt dan ook de verzoening tussen traditie en redelijke zelfbeschikking.

Interessant om op te merken is dat de dialectiek tussen traditie en moderniteit enigszins verschilt in de “Oude wereld” en in de “Nieuwe wereld”, omdat het traditionele in de Nieuwe Wereld verder verdrongen ligt in de geschiedenis, of gewoon ten dele ontbreekt. Ik heb nog niet gehoord over fundamentalistische Maya’s, Azteken of Inca’s, maar principieel is het mogelijk de vroegere Zuid-Amerikaanse religies in een moderne context te actualiseren. Mensenoffers zullen dan wel niet meer kunnen.

Aantastingen van de redelijke zelfbeschikking
Redelijke zelfbeschikking kan op twee manieren onder druk komen te staan: door onredelijkheid enerzijds en door het beknotten of vernietigen van de zelfbeschikking anderzijds. Dit geeft aanleiding tot drie belangrijke aantastingen van de redelijke zelfbeschikking: de “absolute vrijheid”, staatsdwang en gemeenschapsdruk.

Door absolute vrijheid wordt de ene mens het slachtoffer van het egoïsme van een ander. Deze drang naar verabsolutering van het individuele vinden we terug in het kapitalisme, het libertarisme en hun afgeleiden. Libertarisme gaat uit van een absoluut “self-ownership” en een primitief-onontwikkeld “non-aggresion-principle”, welke samen een wereld van perfecte egoïsten moeten verantwoorden.

Een tweede probleem is het omgekeerde, dat van de absolute staatsmacht, zoals we die vinden in communisme, fascisme en andere autoritaire regimes. Hierin is het individu waardeloos tenzij het nuttig is voor de staat.

Een derde aantasting van de redelijke zelfbeschikking komt van communitarisme en personalisme, die de mens beschouwen als “eigendom” van de gemeenschap waarin hij leeft. Van autonoom denken en leven is hierbij geen sprake.

Deze drie aantastingen van de redelijke zelfbeschikking hebben gemeenschappelijk dat ze gedreven worden door utopisme en fundamentalisme. Het gaat om fundamentalismen omdat ze een deelaspect van het mens-zijn verabsoluteren, dwz het individu, de overheid of de gemeenschap. Het gaat om utopisme omdat men meent op basis van die eigenschappen een dwangmatige samenleving te kunnen bouwen. Het libertarische “verbod op overheid” is uiteraard ook een vorm van dwang.

Uit de visie op redelijke zelfbeschikking van groen-liberalisme volgt dat de drie aspecten, het individu, de overheid en het sociaal kapitaal van wezenlijk belang zijn voor de menselijke zelfvervulling, maar dat deze pijlers alle drie een onderling evenwicht nodig hebben om een vredelievende maatschappij gestalte te kunnen geven.

Het menselijk welzijn hoeft niet opgeofferd te worden noch aan het egoïsme van anderen, noch aan de dwang van de staatsmacht, noch aan de gemeenschap. Anderzijds vindt elk mens zijn vervulling in het leven  dankzij welbegrepen authentiek zelfbewustzijn, dankzij overheidsbescherming en dankzij sociaal kapitaal. Dit beschouw ik als een her-actualisering van de Verlichting en van de “liberté, égalité, fraternité” van 1789.

Vrijheid als redelijke zelfbeschikking
Het vrijheidsconcept zoals ik het hier voorstel binnen groen-liberalisme is dus niet de afwezigheid of de “verlossing” van belemmeringen, noch de mogelijkheden die gecreëerd worden door activerend overheidsbeleid.

Het gaat om de ruimte voor ieder om een zelfvervullend leven te kunnen leiden, daarbij beschikkend over de vaardigheid en de arbeid om behoeften te kunnen bevredigen.

Daardoor doet deze vrijheidsbenadering van groen-liberalisme zowel beroep op de traditie als op de moderniteit. De moderniteit vormt het kader waarin verschillende oude en nieuwe tradities zich kunnen ontwikkelen en zij mensen de instrumenten geven om een gelukkig en authentiek leven te leiden. Daarom is ook een kritische bezinning op zowel traditie als moderniteit noodzakelijk, wars van alle relativisme, commerciële en postmoderne ontwaarding, wars van alle fundamentalisme, wars van alle totalitarisme.

Menselijke emancipatie is zo voor groen-liberalisme, zoals ik het hier voorstel, de groei naar meer welzijn, door het vaardig benutten van de individuele ruimte die ieder mens nodig heeft.

Geef een reactie »

Reageren?

RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Theme: Shocking Blue Green. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.